Tim versus
Rotpuber: 0-1. Zo voelt het rond het middaguur, als ik de confrontatie aanga
met een tiener op zijn scooter. Ik krijg van hem een stomp op mijn borst omdat
ik niet snel genoeg aan de kant ga.
Met een volle
boodschappentas over de schouder verlaat ik de supermarkt. Voor de ingang een
lange rij scholieren die vanwege de drukte een voor een na binnen mogen. Een
moeder met twee kindjes schiet voor me langs waarna ik een oude dame met
rollator passeer.
Een scooter
nadert op de stoep. Bestuurder heeft oortjes in, achterop een leeftijdgenoot.
Jaartje of zeventien. Ik stop, hij ook. We kijken elkaar in de ogen. “Je mag
hier niet over de stoep”, zeg ik. Hij antwoordt: “Mag ik er even langs?”
“Nee”, zeg ik.
Op dit moment
realiseer ik me dat in mij een potentieel zure, ouwe man schuilt die er een
hobby van maakt om opgeschoten knapen op te jagen. Het type buurman dat de
verdwaalde voetbal in zijn tuin kapotsnijdt. Dat wil ik niet zijn, en dat ben
ik ook niet. Dit is een simpel verkeersdingetje. Hij zit fout.
“Je mag hier niet
met je scooter rijden. Kijk hoe druk het is”, herhaal ik.
“Laat me er langs”,
herhaalt hij.
Ik blijf staan. Drie
seconden duurt de impasse. Dan stompt hij me op de borst. Zijn passagier stapt
af, en ik voel me geïntimideerd. Om me heen zie ik plotseling tientallen
jongeren toekijken. Een straatincident! Een duidelijk gevalletje mannelijke groepsdruk
met als inzet: Wie gaat hier winnen? De vijftiger of de tiener?
Ik ben
verbouwereerd over zijn vuist. Het doet geen pijn, maar de klap komt wel aan.
Ik stap naar achter, hij rijdt door en parkeert zijn scooter. Ik overweeg hem
achterna te lopen, het kenteken te noteren, een foto van hem te maken. Moet ik
hem een dreun tegen de neus verkopen? De politie bellen?
Ik loop weg. Hier
heb ik geen zin in. Het beeld van de zure, ouwe man komt op. Laat gaan, Tim,
dit is de energie niet waard. Twee straten verderop voel ik dat hier niks van
klopt. Ik ben geslagen, ik ben vernederd, ik ben afgeserveerd als kwetsbare
burger.
“Ach, gewoon een kutpuber”, zegt mijn zoon. Is dat zo? Pas de volgende dag weet ik het antwoord. Ik had graag even met de jongen gepraat. Even elkaar begrijpen. Maar ja, de reactiesnelheid van deze ouwe man beloopt tegenwoordig een etmaal.
Contact: Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34
marten | Mar 19,2019
die ken ik maar al te goed,
maar je hebt gereageerd,
je hebt hem aan gesproken,
je hebt gedaan wat je op dat moment kon,
en ja, “slimme, niet, verzuurde oude jonge man, je hebt het laten gaan.
sneller dan je hersens kunnen denken heeft je amygdala gekozen voor behoud,
daardoor kon je het er met je belangrijke zoon over hebben, deze blog schrijven…
afgeserveerd? vernederd?
is dat je verstand of je gevoel?
zijn er anderen vooruitgestapt waar jij dat deed ?